Medereizigers ontmoeten

‘Hoe zou het nu gaan met die aardige meneer? Hoe gaat het nu met die vrouw die helemaal alleen was en totaal niet kon communiceren met de andere mensen? En hoe zou het gaan met die man die maar volop van het leven blijft genieten, ondanks zijn ziekte?’ ‘Zal ik deze mensen ooit nog een keer ontmoeten?’

Medereizigers

Een aantal weken ben ik weg geweest en helaas was dit niet omdat ik op reis was. Ik sliep in een heel bijzonder hostel. In hostels hebben mensen meestal een open houding. Medemensen die open staan om samen een avontuur te beleven, een goed gesprek te voeren of gewoon even stil te zijn in het bijzijn van elkaar. Stiekem kon genieten van de medereizigers die ik ontmoette in een bijzondere setting.

Mannen

Toen ik naar mijn kamer werd gebracht kreeg ik direct de mededeling dat ik met drie mannen op de kamer zou liggen. Ach, ik houd wel van humor en nuchtere mensen, dat gaat helemaal goed komen. Ik had net bedacht dat het toch weleens een nadeel kon zijn om met drie mannen op een kamer te slapen, zal ik vannacht wakker liggen van het gesnurk? Of twee van de drie mannen deelden mee die dag nog te vertrekken. Ze vertrokken beiden richting huis.

Het leuke aan reizen is het ontmoeten van allerlei verschillende mensen. Je slaapt soms nog geen vijf centimeter van je mede kamergenoten vandaan. Hoe hard ze ook stinken, snurken of knarsetanden. Op welk tijdstip ze terug komen, wakker blijven of juist opstaan. Soms zit het mee en soms valt het tegen, je moet het er toch maar mee doen. In het hostel waar ik verbleef viel het mee, ik kon goede gesprekken voeren met mijn kamergenoten.

Kamergenoten

De eerste nacht had ik het goed getroffen. Mijn kamergenoot was een man met karakter, een verhaal, ik keek naar hem op. Hij genoot van het leven. We fantaseerden samen over de ijsjes van ‘Salut! (de beste ijszaak van Zwolle), tijdens het eten van onze ‘boerenyoghurt’ toetjes. Het was buiten namelijk heerlijk weer, wij zaten binnen in de koude airco van het hostel. Ondanks de diagnose die hij vijftien jaar geleden gekregen had bleef hij genieten van het leven. Dat was nog niet alles want op jonge leeftijd had zijn ziekte overwonnen, hij had de draad weer opgepakt. Tot er toch weer kanker gevonden was, de operatie had hij net gehad. Toch leek hij heel tevreden.

Zijn vrouw kwam elk bezoekuur langs. In het ziekenhuis valt niet veel te beleven, dus je raakt aan de praat met elkaar. Gewoon ditjes en datjes, zoals je dat met iedereen zou doen wanneer je ze net ontmoet. Een gezellig gesprek. De volgende ochtend kwam ze binnen met sinaasappels, niet alleen voor haar man, ook voor mij. Lief. Hij mocht deze dag ook richting huis vertrekken, daar kon hij verder herstellen. Over een aantal weken moest hij de draad ook weer oppakken, hij was ook gewoon aan het werk.

Mijn kamer was even leeg, tot een oudere mevrouw uit de operatiekamer naar de afdeling werd gebracht. Hele andere gesprekken voerde ik met haar. Ik vond het niet erg om met haar over haar kleinkinderen te praten. Volgens mij als ze niet geopereerd was, was dit wel een pittige dame!

Ziekenhuis voer

Iedere ochtend werd mijn ontbijt al om half acht gebracht. Soms dacht ik: ‘Ik kom hier toch voor mijn rust.’ Andere momenten liet ik het eten staan, want honger had ik niet. De vrouw was zo vrolijk dat je het ook niet durfde te weigeren. Ze hield het ook goed in de gaten, wanneer je wat bestelde en of je je bordje had leeg gegeten. De keuze is reuze in het ziekenhostel, van brood tot yoghurt, alle soorten beleg, een cracker of ontbijtkoek. Toch verlangde ik dan naar een warm havermoutje of een lekker stuk fruit.

Ook ‘s avonds was er rijkelijk keuze uit maar liefst 18 gerechten. Ik waande me even in Suriname en kreeg een lekkere roti met kip. Na een oer-Hollands gerecht bestelde ik de volgende dag Chinees, een vegetarische fu yong hai. Toch een beetje multiculti in het ziekenhuishostel dus! Mijn diner was op, waarna ik vervolgens werd vastgeketend aan het infuus. De zuster op de medicijnstep kwam de pilletjes voor nacht alvast langsbrengen. Eindelijk was ik weer verlost van de infuuspaal. Vanaf mijn kamer had ik een prachtig uitzicht, ik genoot in alle rust van een zonsondergang over Zwolle.

Ook ik mocht na vier nachten het ziekenhuishostel verlaten. Ik ben weer vele ervaringen, verhalen en kennis rijker. Want wist je dat je in het ziekenhuis verplicht een anti-trombose prik krijgt toegediend? Vreselijk, blauwe plekken, bloed blaren, je krijgt het er allemaal van. De laatste dag wist ik deze prik gelukkig te ontlopen.

Ik heb veel gedeeld met de mensen die ik ontmoette. Toch weet ik dat ik deze mensen nooit meer zal terug zien. Ik hoop in ieder geval dat ze allemaal goed herstellen en hun levensreis kunnen voortzetten. Hoe inspirerend de ontmoeting ook was, de kans op een toevallige ontmoeting is helaas klein..

 

Geef een reactie